maandag 21 december 2009

Gelezen: “Dromen worden werkelijkheid” van G.L.A. Vrijdag

Over het realiseren van dromen zijn veel boeken geschreven. De meeste zijn dik en er staan uitgebreide stappenplannen in beschreven. In zijn schrijversdebuut ‘Dromen worden werkelijkheid’ kiest Guido Vrijdag een andere aanpak. Op net iets meer dan 60 pagina’s beschrijft hij hoe je in slechts vier stappen de titel van zijn boek kunt bereiken. Het is een lekker leesbaar doe-boek geworden dat je in een dik uur uitleest, maar waar je ook maanden mee bezig kunt zijn.

De vier stappen die in dit boek beschreven worden om je droom – welke die dan ook is – te verwezenlijken zijn ‘Schoon schip maken’; ‘Je droom ontdekken’; ‘Je droom realiseren’ en ten slotte ‘Anderen helpen’. Daarmee lijkt het dat Guido er vanuit gaat dat het je droom is om anderen te helpen, maar dat is niet zo. Als je je droom verwezenlijkt hebt, je passie ontdekt hebt en die realiseert, zul je daarmee als vanzelf anderen inspireren hetzelfde te doen. “Inspireren doe je door iemand vanuit je kern en passie iets te vertellen […] je biedt dan zoveel energie dat het mensen raakt en zelfs in beweging zet” aldus de auteur.

Om zover te komen begin je met de ballast die je in de loop van je leven verzameld hebt overboord te gooien. Kinderen hebben die ballast nog niet en kunnen daarom vrijuit dromen. Die ballast veroorzaakt onecht gedrag, waardoor het zicht op je dromen vertroebelt. Als de last eenmaal van je is afgevallen, is de tijd aangebroken om je droom te gaan ontdekken.

Van welke bezigheden krijg je bovenmatige energie? Dat is je passie, je superkwaliteit. Slechts weinigen zijn zich bewust van die kwaliteit, want voor jezelf is die kwaliteit doodgewoon. Maar die superkwaliteit levert zó veel energie dat er een buitengewoon doel mee bereikt kan worden: je droom. Je droom stelt een specifiek doel in het vooruitzicht, je passie levert de energie om te starten en om je in beweging te houden.

Alles wat dan nog nodig is, is een plan om met de energie van je passie je droom te realiseren. In stap 3 beschrijft Vrijdag (opvallend genoeg komt zijn voornaam in het boek nergens voor) niet alleen hoe je zo’n plan maakt, maar ook hoe je tijdens het uitvoeren daarvan om kunt gaan met tegenslag en teugval in je oude gedrag. Verzetten heeft geen zin, het leidt eerder tot een negatief effect. Loslaten is het devies.
Als je dan je droom gerealiseerd hebt, ga je merken dat er dingen gaan veranderen. Je neemt verantwoordelijkheid en krijgt dingen voor elkaar. Je straalt en de wereld straalt terug. Je wordt een inspirator voor anderen.

Ik ben heel blij dat ik dit boek mocht lezen, het heeft mij geïnspireerd om door te gaan met het realiseren van mijn eigen droom – duizenden inspireren om van hun baan een loopbaan te maken. Die was door persoonlijke omstandigheden wat in zwaar weer terecht gekomen. Life is what happens to you while you're busy making other plans. Een beter bewijs dat het boek van Guido Vrijdag helpt om dromen werkelijkheid te maken is er voor mij niet.

woensdag 28 oktober 2009

Digital Story Telling

Vandaag ben ik aanwezig bij TeachmeetNL-PO in Amsterdam. De primaire reden om af te reizen naar onze hoofdstad is het verzamelen van innovatieve ideeën voor mijn ICTO innovatieopdracht voor de Hanzehogeschool. Op een TeachMeet komen namelijk heel veel onderwijsprofessionals bij elkaar om hun ICTO innovaties te laten zien. Maar natuurlijk is een TeachMeet ook weer een kans om een aantal mensen uit mijn netwerk te ontmoeten.

Omdat ik vind dat netwerken bestaat uitkrijgen en geven ga ik op deze TeachMeet ook wat brengen. Ik laat zien hoe je met eenvoudige middelen een Digital Story kunt maken. In deze blogpost beschrijf ik die werkwijze.

Maar eerst de vraag waarom je eigenlijk een digitaal verhaal zou willen maken. Leren via verhalen is erg effectief. Vaak wordt kennis via een verhaal veel beter begrepen dan kennis uit een beschrijvende tekst. Want verhalen zijn de oudste vorm van kennisoverdracht. Vroeger was er niks anders en het enige echte universele wat alle mensen in de hele wereld hebben zijn verhalen.

Maar een verhaal blijft nòg beter hangen als je het voorziet van beeld en eventueel geluid. Daarom zijn verhalenboeken ook altijd gevuld met plaatjes. Tegenwoordig kun je dat ook digitaal maken, waardoor je een verhaal ok nog eens heel gemakkelijk kunt verspreiden.

Maar hoe maak je nou een digitaal verhaal? Daarvoor heb je maar een klein aantal ingrediënten nodig: een verhaal, een aantal plaatjes, eventueel aanvullende media zoals een paar filmpjes of wat geluidsfragmenten en… Windows Moviemaker (het MAC-equvalent mag natuurlijk ook).

Het verhaal kun je zelf schrijven, maar dat hoeft echt niet. Elk verhaal dat je graag wilt overbrengen voldoet. Als je een verhaal gevonden of gemaakt hebt, zoek je er een aantal plaatjes bij. En stuk of 10 voor een verhaal van 5 minuten is genoeg. Veel langer hoeft een verhaal overigens niet te zijn. Via Google afbeeldingen heb je ze snel bij elkaar. Aanvullende media zoals filmpjes zijn ook rijkelijk te vinden op internet. Je moet ze el even downloaden. YouTube-achtige filmpjes bv. met Flash Video Downoader.

Alle materialen bij elkaar? Start dan Moviemaker op en begin met het inspreken vna je verhaal. Zorg er daarbij voor dat het opnamevolume hoog genoeg is .Bij mijn eerste filmpje, onderaan deze blogpost is dat niet het geval. Al doende leert men. Zet vervolgens de plaatjes in de juiste volgorde op het storyboard en voeg eventueel overgangen tussen de plaatjes toe. Maak je nog niet druk om de aanvullende media.
Daarna speel je het filmpje af tot het moment in de tekst waarop je het tweede plaatje wilt tonen. Pauzeer en sleep de tijdsduur van het eerste plaatje tot het pauzemoment. Doe dit met alle plaatjes en sla je filmpje op.

Ten slotte ga je de aanvullende media toevoegen. Ook met Windows moviemaker. Open het zojuist opgeslagen filmpje en knip het op de plek waar je bv. een extra filmpje wilt invoegen in tweeën. Voeg het extra filmpje in op de plek van de knip en sla het geheel weer op. Klaar. Hieronder zie je een mogelijk eindresultaat.

Overigens kun je met Moviemaker ook fragmentjes knippen uit een gedownload filmpje en die gebruiken om in te voegen in je eigen filmpje.

video

zaterdag 3 oktober 2009

Maatschappij 2.0

Nog 11 jaar en dan is het 2020, een jaartal dat tot mijn verbeelding spreekt. Is de crisis dan helemaal voorbij en gaan we een nieuwe roaring 20’s beleven? Luisteren we dan naar elkaar en begrijpen we elkaar? Kunnen we dan eindelijk eens wat gaan doen?

Om te ontdekken hoe wij willen dat Nederland er in 2020 uitziet toert Maatschappij 2.0 in oktober 2009 door Nederland. Met een cameraploeg worden mensen op drukke locaties geïnterviewd. Als eerste is Groningen aan de beurt. Op 10-10-2009 worden daar 111 mensen geïnterviewd. Daarna volgen nog 10 Nederlandse plaatsen.

Het doel is een uitgebreid videodocument, een gedragen visie in 1111 filmpjes. Allemaal in de vorm van een 30 seconden durend clipje op de website van U-Can-Do. Meningen en gedachten die recht uit het hart komen dwingen respect af. Zo’n videodocument stelt mensen in staat zich te laten verrassen en inspireren door de wens of gedachte van onbekende Nederlanders. Luisteren naar andere meningen op deze speelse manier maakt dat mensen ook van elkaar gaan leren.

Een aantal van die clipjes staat al online. Ze vormen de basis om positief nieuwe oplossingen te creëren voor bestaande problemen: Maatschappij 2.0. Dit beeld vertaalt U-Can-Do in projecten om concrete resultaten te bereiken. Daardoor bouwen we aan onze nieuwe maatschappij.

U-Can-Do nodigt Nederlanders uit voor de camera van Maatschappij 2.0. De locatie van de camera wordt oa. via twitter bekend gemaakt. Check de hastag #viraalmaken.

woensdag 30 september 2009

Mijn programma voor Dé Onderwijsdagen

Nog even en het is weer zo ver, Dé Onderwijsdagen op 10 en 11 november. Het programma is inmiddels bekend en uit het aanbod van lezingen en workshops heb ik onderstaande keuze gemaakt:

10 november 2009

08:30-10:00 Ontvangst op de informatiemarkt
10:00-10:15 Opening
10:15-11:00 Keynote

11:15-12:00 Meerwaarde web 2.0 -- Harry Vliet, Hogeschool Utrecht
Helaas is van deze sessie nog geen inhoudelijke informatie beschikbaar.

12:15-13:00 Virtuele omgeving: iets voor úw onderwijs? -- Wietse van Bruggen & Phil van Dulm, Kennisnet &
Virtuele omgevingen zoals Second Life en Active Worlds kregen de afgelopen jaren veel aandacht. Het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma deed onderzoek naar de onderwijsmogelijkheden van deze werelden. Acht inspirerende leersituaties werden uitgewerkt en verfilmd en voorgelegd aan docenten uit het primair-, voortgezet en MBO onderwijs. Zij konden aangeven of deze leersituaties passen bij hun eigen onderwijs. Deze sessie toont u verschillende voorbeelden van leersituaties en de resultaten van dit onderzoek. Er wordt vooral stilgestaan bij de vraag: is dit iets voor uw onderwijs?

13.00 - 14.00 Lunch

14:00-14:45 Aan de slag met elektronische boeken in het onderwijs -- Pierre Gorissen, Fontys
De ontwikkelingen rond elektronische boeken (eBooks) gaan heel snel. Het is daarom moeilijk om te weten waar je aan moet denken als je ermee aan de slag wilt. Deze sessie geeft een antwoord op die vragen. Aan bod komen de verschillende soorten eBook readers, bestandsformaten, de rol van uitgevers, auteursrecht, DRM en natuurlijk het zelf produceren van eBooks. In deel twee gaat u aan de slag met het produceren/converteren van een eBook aan de hand van eigen materiaal.

15:00-15:45 Gaming in het onderwijsprogramma. Prefab of maatwerk? -- Heinz-Gerd Roes, INHolland
In deze workshop worden de ervaringen gedeeld met de bouw en vooral de toepassing van een maatwerk game in het onderwijsprogramma. Als voorbeeldcasus dient het Poppodium managementgame voor Leisure Management. Deze competitieve game vormt de basis voor een onderwijsperiode van tien weken. En is een uitstekend voorbeeld van blended learning, dat gaming elementen, assessments en een elektronische leeromgeving (blackboard) combineert.

17:00-18:30 Borrel op de informatiemarkt
18:30-21:00 Diner

21:00 - ??? Feesten en netwerken


11 november 2009

09:45-10:00 Opening
10:00-10:45 Keynote

11:00-11:45 Samen slim leren.. En een biertje drinken -- Fons van den Berg, Helikon
De TeachMeetNL blijkt een zeer populaire en inspirerende manier te zijn om met en van collega's te leren in een informele omgeving. Omdat we van de borrel de conferentie maken, plezier en leren combineren, prikkelende werkvormen gebruiken én veel ruimte laten om informeel te netwerken, ga je na een TeachMeetNL geïnspireerd door het succes van anderen weer naar huis. Deze workshop laat dat aan den lijve ondervinden. Meer info op www.teachmeet.nl

12:00-12:45 Videoconferencing in het onderwijs -- Sir Bakx, UT & Ronald Vlaanderen IKCMN
Helaas is van deze sessie nog geen inhoudelijke informatie beschikbaar.

12:45-14:00 Lunch

14:00-14:45 Augmented reality -- Edward Severin, Kennisnet
Helaas is van deze sessie nog geen inhoudelijke informatie beschikbaar.

14:55-15:40 Hoe ICT anders kan communiceren met het brein -- Harry Gankema, KPC
Het onderwijs heeft vele honderden jaren ervaring met het overdragen van kennis uit boeken. En vele generaties van kinderen hebben ervaring met het vertalen van die kennis naar hun persoonlijke (neurale) cognities. ICT wordt in het onderwijs nog teveel ingezet om deze boekenkennis op een aantrekkelijke, moderne en interactieve wijze over te brengen. Dat is jammer, want juist ICT heeft de mogelijkheid om veel directer het brein binnen te dringen, maar dan moet wel de kennisdefinitie van het boek worden losgelaten. Hoe doe je dat?

15:40-16:00 Pauze op de informatiemarkt
16:00-16:45 Keynote
16:45-18:00 Borrel op de informatiemarkt

zondag 27 september 2009

Google sidewiki: laat ik het eens proberen

Zojuist vond ik Google Sidewiki en heb het meteen geïnstalleerd. Het lijkt me een heel handige tool om te laten weten wat je van een site vindt en/of om aanvullende info te delen.
Oh, en je kunt je reacties op een site ook direct op je blog plaatsen. Heel gemakkelijk. Weer een fijne Web2.0 tool er bij denk ik

verwijst naar: Google Sidewiki (bekijken via Google Sidewiki)

vrijdag 7 augustus 2009

The Deeper Secret

Eigenwaarde en zelfovertuiging zijn wat mij betreft de kernwoorden waarmee Annemarie Postma in haar boek “The Deeper Secret” beschrijft waarom “The Secret” ("je kunt alles bereiken wat je wilt bereiken door het zetten van een intentie en visualisatie") niet voor iedereen werkt. Zonder overtuigd te zijn dat je ook waard bent wat je wilt, kun je visualiseren zoveel als je wilt, je zult het niet bereiken.

Waarom niet? Volgens Annemarie omdat het universum je niet geeft wat je wilt, maar wat je nodig hebt om verder te komen. “Het universum is geen Tell Sell voor geluk”.
Dat er een hogere macht is die je dingen geeft of waarmee je “in sync” kunt zijn – of je dat nu het universum, God, karma of het Al noemt maakt niet uit – wil er bij mij niet zo in. Dat zal wel door mijn technisch-wetenschappelijke achtergrond komen. Maar ik ben er wel van overtuigd dat je door zelfovertuiging en een gezond gevoel voor eigenwaarde veel makkelijker bereikt wat je wilt.

Voor mij is de waarde van The Deeper Secret dan ook vooral dat Annemarie niet alleen beschrijft waarom dat zo is, maar ook tal van oefeningen geeft om je te helpen bij het verkrijgen van meer gevoel voor eigenwaarde en zelfovertuiging.
Overigens is zij niet de enige die daarover schrijft. De afgelopen tijd heb ik ten minste twee andere boeken gelezen die ook daarover gaan. Ik vond opvallende overeenkomsten tussen “Het Waarom-ben-je-hier Café” van John Strelecky en “Your Best Year Yet” van Jinny Ditzler. Trouwens, nu ik er over nadenk komen de uitgangspunten van NLP ook in grote mate overeen met wat Annemarie Post schrijft.

Als coach (ja, o.a. door deze boeken heb ik besloten om nu echt werk te gaan maken van coaching, maar daarover later meer) ga ik er vanuit dat drie overeenkomsten genoeg zijn om een patroon aan te geven. Hier zijn er al vier. Er zit dus een patroon in en misschien is wat Annemarie schrijft wel tot in elk woord waar. Maar ook als dat niet zo is, het boek is het lezen waard. Een samenvatting zou deze blogpost te lang maken, daarom beperk ik me tot dat stukje dat mij het meeste aansprak:

“Je zult steeds weer het leven creëren dat precies jouw idee weergeeft over wat je waard bent. Een gezond gevoel voor eigenwaarde zorgt ervoor dat je [..] weloverwogen gebruik kunt maken van je eigen scheppingskracht om het leven te creëren dat je waard bent”.

Meer weten? Kijk dan ook even hier.

woensdag 24 juni 2009

HG goes Google

Het cursusjaar 2008-2009 is bijna ten einde en dus vond mijn teamleider het tijd om de taken voor 2009-2010 te gaan bepalen (de speerpunten waren al eerder bepaald). Gelukkig wilde ik ook graag weten waar ik na de vakantie aan toe was, dus dat kwam mooi uit. Dit keer wist mijn baas mij behoorlijk en heel aangenaam te verrassen.

Een deel van mijn taken was al snel duidelijk: een bijdrage aan de ontwikkeling en implementatie van ons nieuwe SIS, ICTO-adviseur voor één School en projectleider voor de organisatorische implementatie van de teamsites van SharePoint. Allemaal leuke en uitdagende taken, maar de echte verrassingen kwamen daarna.

We willen bij ICTO gaan werken met student-assisstenten, en dat mag ik gaan coördineren. Ik ben dus al een paar dagen flink aan het nadenken over wat we die studenten dan precies willen laten doen. Aan de muur hangt een grote mindmap, die steeds voller raakt. Het varieert van hulp bij invoeren van toetsvragen in de toetsbank van QMP, via het maken en editten van filmpjes voor docenten tot het structureren van BlackBoard sites. Na de vakantie wordt het nog een flinke klus om daaruit een niet te lange taakomschrijving te maken. Maar schrijven is schrappen volgens Herman Finkers en omdat ik ook in Twente heb gewerkt zal dat dus wel lukken.

Twee of drie dagen geleden kwam er als klap op de vuurpijl een nòg grotere verrassing uit de toverdoos van de teamleider. Eén van de speerpunten van het team ICTO van de Hanzehogeschool is onderzoek en innovatie. Dat is nog best een lastig speerpunt, want hoe doe je dat efficiënt? We willen niet gaan versnipperen, dan komt er van echte innovatie niets terecht. Verder is voor innovatie een flinke dosis creativiteit nodig en dus geen heel nauw omschreven opdracht. Mijn baas heeft daarom de innovatietaak belegd bij twee medewerkers. Mijn collega Femke Nijhuis en… tromgeroffel… jawel, IK mogen ieder gedurende het hele jaar één dag per week vrij besteden aan innovatie. Kortom, “HG goes Google”.

Nou hoop ik niet dat mijn baas denkt dat ik in die tijd met net zulke innovatieve producten op de proppen kom als de Google medewerkers. Hoewel… met een beetje hulp van mijn lezers moet ik toch tot een heel innovatief idee kunnen komen. Wat is dé ICTO-inovatie waar het hbo het meeste behoefte aan heeft? We hebben een hele zomervakantie om daar over na te denken, dus laat me niet in de steek!

Allemaal een heel fijne vakantie en tot eind augustus of begin september.

Tweemaal gratis maar niet voor niets

Grip op SharePoint Projecten, gevolgd door de Nationale IK-dag zijn de twee bijeenkomsten waar ik vandaag heen ging. De overeenkomst was o.a. dat beide gratis, maar niet voor niets, waren. Grip op SharePoint Projecten werd aangeboden door CIBIT/DNV, de Nationale IK-dag werd bekostigd door een aantal sponsors die Het Nieuwe Werken (HNW) een warm hart toedragen. Ook waren er bij beide een groot aantal inspirerende, maar wel heel verschillende, mensen.

Hoewel SharePoint natuurlijk een belangrijk instrument kan zijn om HNW te ondersteunen, waren de implementatie-adviezen van CIBIT, maar ook van de deelnemers aan de workshops daar, nogal traditioneel. De verwachtingen van een SharePoint omgeving zijn vaak hooggespannen. “Eindelijk alles op één plek”, “Alleen informatie die er toe doet” of “Alles voorhanden om samen te werken”. In de praktijk zijn de resultaten vaak veel minder mooi. Zo raakt informatie maar al te makkelijk versnipperd in libraries, teamsites en mySites. Ook kiezen mensen vaak toch voor de traditionele samenwerkings”omgeving” van netwerkdrives en e-mail.

Een organisatorische implementatie van SharePoint is een veranderingsproject, en niet zo’n kleintje ook. De adviezen van CIBIT sluiten daarbij aan: stel realistische doelen, bepaal de gebruikersbehoeften en schets de nieuwe wijze van werken. Bouw vervolgens sites die daarbij aansluiten. Daarbij adviseert CIBIT te werken met personas en scenario’s. Beschrijf verhalend de typerende medewerkers die iets van SharePoint gaan merken en wat zij er dan van merken. Door die nieuwe manier van werken kloppend te beschrijven, waarbij de medewerkers zelf aangeven of het verhaal klopt, wordt het veel duidelijker hoe een site er dan uit moet zien. En zo’n site nodigt daarna ook echt uit om op de nieuwe manier te gaan werken.

Aan de hand van zeven tegeltjes met Oudhollandse spreuken werd dit verder uitgediept. De mooiste daarvan was “Wees gewaarschuwd jonge held, mooie meisjes kosten geld”.

De Nationale IK-dag kan ik hier vrij kort beschrijven. De opzet was een beetje Teachmeet-achtig, maar dan met sprekers die door de organisatie waren uitgenodigd. De sfeer was lekker ongedwongen en er was ruim gelegenheid om elkaar ook buiten de verhalen om te leren kenen en te inspireren. Over de inhoud is uitgebreid getwitterd, dus zoek daarvoor even met Twitter Search naar #IKdag, of klik op deze link.

De verhalen waren allemaal interessant, maar voor mensen die HNW al omarmd hebben niet allemaal even nieuw. Sommige testjes met het publiek toonden aan dat er maar heel weinig Oude Werkers aanwezig waren en dat hadden de sprekers kennelijk niet verwacht. Tja, dat heb je natuurlijk bij een conferentie over HNW.
Er komt vrijwel zeker een tweede uitvoering en die wordt vast nóg leuker. Dus houd LinkedIn, Twitter en/of Mindz goed in de gaten. Ondertussen kun je op Mindz de deelnemers aan de eerste Nationale IK-dag vinden. Allemaal Nieuwe Werkers!

donderdag 18 juni 2009

Oud-studenten van de HG gezocht

De HG is deze week gestart met een gloednieuwe internetcampagne om in contact te komen met alumni die we uit het oog zijn verloren.

Ben je zelf alumnus van de Hanze? Ga dan naar de website www.watdoejijnu.nl, maak je eigen carrièrefilmpje, en stuur je filmpje door naar je oud-klasgenoten van de Hanze. Hiermee ondersteun je niet alleen onze campagne, je maakt ook nog eens kans op een reisje naar Barcelona of een van de andere prijzen. Het kost je hooguit 5 minuten.

Ken je alumni? Heb je nog contact met oud-studenten van de HG? Breng hen dan op de hoogte van de campagne door hen de link www.watdoejijnu.nl te sturen.

Meer over de campagne. Op de website www.watdoejijnu.nl kunnen oud-studenten van de HG hun eigen carrièrefilmpje maken. Hiermee kunnen ze aan elkaar laten zien wat ze tegenwoordig doen. Voor de HG levert dit veel belangrijke informatie op, zoals de emailadressen van de alumni, die nu vaak verouderd zijn. De meest bekeken filmpjes vallen in de prijzen.

dinsdag 19 mei 2009

Alles tegelijk

Er zijn van die dagen dat er ineens allerlei leuke dingen tegelijk gebeuren. Vandaag was zo’n dag.

Na een lange voorbereiding stapte ik vanochtend in een touringcar waar het management van het Alfa-college op me zat te wachten voor een presentatie over kennisnetwerken. De aanleiding daarvoor was een tweet van Jan van Riesen (@JRIprv) van een aantal maanden gelden waarin hij een opmerking maakte over intern kennis delen. Het Alfa-college is bezig om een nieuwe SharePoint-omgeving in de lucht te brengen. Die portal, AcTIE2.0, maakt het online delen van kennis veel eenvoudiger. Maar dan moet het management natuurlijk wel een goed beeld hebben van wat kennisnetwerken kan betekenen voor een organisatie.
Mijn presentatie, die je hier vindt, werd erg goed ontvangen en ik heb nu dus een verhaal dat ik ook op andere plaatsen kan gebruiken. Het verhaal was ook via twitter te volgen. De twitter fountain hieronder geeft een aardige indruk van de reacties.

Toen ik na de presentatie mijn mail las, zag ik dat ik uitgenodigd ben door een collega om “mee te denken over hoe we HG breed een soort community (portal) voor didactische en andere tips, trucs etc kunnen opzetten”. De aanleiding daarvoor is mijn collectie websites met didactische tips en trucs die ik op Delicious verzamel voor docenten van het Instituut voor Facility Management. Kennelijk beginnen ook mijn directe collega’s de meerwaarde van kennisnetwerken te zien.

Vervolgens werd ik gebeld door Jan Kruize, een LinkedIn contact uit de groep Netwerk Noord. We gaan voor de leden van die groep een leuk netwerkfeestje bouwen met een inhoudelijke twist: mijn verhaal over kennisnetwerken.

Ten slotte heb ik zo’n drie kwartier aan de telefoon gehangen met Hetty Dalsheim, ook van Netwerk Noord, die mij heel veel gratis advies gaf over mijn plannen voor online (loopbaan)coaching. Dat ligt al een aantal maanden stil omdat ik het gevoel had eerst meer aan mijn netwerk te moeten werken. Dat heb ik gedaan, en Hetty gaf me net het juiste zetje om hier weer mee verder te gaan. Binnenkort dus meer daarover, op Online (loopbaan)coach.

zondag 17 mei 2009

Zelf een ringtone maken

Daarnet heb ik voor de eerste keer zelf een ringtone gemaakt, van het winnende Songfestivalliedje Fairytale. En dat is eigenlijk best eenvoudig. Hieronder het stappenplan:


  • Download hier Flash Video Downloader (FVD). Daarmee kun je YouTube filmpjes downloaden in zo ongeveer elk formaat dat je wilt.

  • Zoek op YouTube het gewenste nummer en download het met FVD als MP3.

  • Download hier Audacity, een vrije, open source software om geluid op te nemen en te bewerken. Ik heb gekozen voor beta-versie 1.3.7.

  • Selecteer met de cursos in Audacity het stukje dat je wilt gebruiken als ringtone, door de cursor te slepen vanaf de gewenste start tot het gewenset einde. Een lengte van ca. 30 seconden is mooi.

  • Kies Bewerken > Uitknippen en daarna Bestand > Exporteren > OK en sla het stukje op als MP3.


En klaar is je ringtone, alleen nog uploaden naar je telefoon. Veel plezier

donderdag 7 mei 2009

Tweet je notes naar Evernote

Evernote heeft een geweldige nieuwe functie geïntroduceerd. Je kunt nu via twitter notities naar Evernote posten. Zie hier. Ik heb het vanavond getest en het werkt perfect. Zo'n 5 à 10 minuten nadat je het tweetje verstuurd staat de tekst in Evernote. Dus nu kunnen we nog slimmer gebruik maken van Evernote. Wie heeft de slimste toepassing voor deze nieuwe functionaliteit?

zaterdag 18 april 2009

Wederdiensten 2.0

“Tijd voor de tuin” twitterde ik vanmiddag vrolijk. Maar eigenlijk heb ik gewoon een bloedhekel aan tuinieren. Toch levert zo’n middagje onkruid vangen en ploeteren in de zon nog wel eens wat op. In dit geval een misschien wel briljant idee.

Er zijn veel mensen die best van tuinieren houden, en ik vind het weer leuk om andere dingen te doen waar ik door die tuin niet aan toekom. Zou er een dienst zijn waarmee karweitjes en diensten geruild kunnen worden? Dan kun je meer tijd besteden aan de dingen die je echt leuk vindt en de klusjes die je minder vindt worden gedaan door iemand die dat nou net leuk vindt.

Een korte zoektocht op internet leverde niet het gewenste resultaat. Op ruilen.nl worden wel diensten gevraagd en aangeboden, maar dan één op één. En de kans dat je op die manier een tuinman vindt die net nu behoefte heeft aan bv. aankoopbegeleding bij een laptop is niet heel groot. Laat staan een klussenier waarvoor ik een IKEA kast in elkaar mag zetten (ja, dat vind ik nou net weer wel leuk).

Het Local Exchange Trading System (LETS) komt meer in de richting, maar de LETS kring Groningen heeft dan weer nogal een geitenwollensokkengeurtje en een gesloten karakter. Je moet lid worden en contributie betalen.

Maar misschien heb ik niet goed gezocht en weten mijn blog- en twittervriendjes meer dan ik. Daarom graag jullie reactie op de volgende vragen:

Is het er of is het er niet?
Is het een briljant idee, of zie je er niets in?
Wie zou mij kunnen helpen om zo’n wederdiensten dienst op internet op te zetten. En dan goed. D.w.z. open en 2.0

dinsdag 14 april 2009

IPON 2009 - opening Keynote

"Hoe leren en onderwijzen effectiever en efficiënter met behulp van ICT kunnen verlopen" was de titel van de opening keynote van IPON 2009 die werd verzorgd door Paul Vermeulen.

“De staat van het onderwijs is slecht, basisvaardigheden zoals taal en rekenen ontbreken en de uitval is hoog. Van de vmbo leerlingen hoort 60% daar niet thuis” zo opende Paul Vermeulen zijn lezing. En dat terwijl bewezen is dat ICT het onderwijs aantrekkelijker maakt en de leerprestaties verbetert. Waarom wordt ICT dan door docenten niet opgeëist als vanzelfsprekend bedrijfsmiddel?

Volgens Vermeulen is één deel van het antwoord dat de resultaten van het hierboven aangehaalde onderzoek nog onvoldoende bekend zijn. Onze minister van onderwijs denkt nog dat “taal- en rekenprestaties zouden kunnen worden bevorderd met ICT”. Onze bestuurders weten dus niet wat al bewezen is op dit vlak.

Een ander deel van het antwoord is dat ICT implementaties niet vanzelfsprekend goed gaan. Als het subsidiegeld opraakt, loopt een implementatie vaak vast. Ga daarom niet te snel, maar zorg ervoor dat je ook nadat het subsidiegeld op is verder kunt gaan en goed getimed alle implementatiefasen kunt doorlopen. Waarom zou je bijvoorbeeld zelf een nieuwe rekenmethode willen ontwerpen en implementeren? Alleen omdat daar geld voor beschikbaar is? Of hoe haalbaar is het eigenlijk om elk kind een laptop te geven als de subsidie stopt?

Om vanuit de inspiratiefase veder te komen en een implementatie niet te laten mislukken is het nodig om de nieuwe ontwikkeling te faciliteren en erop te sturen dat de techniek ook daadwerkelijk breed gebruikt gaat worden. Dat is dus een taak voor het management. Daarbij hoort ook stimuleren van onderzoek, het delen van nieuwe kennis delen en de zaken verder verbeteren.
Omdat niet alles (tegelijkertijd) voldoende gefaciliteerd kan worden is het aan te raden om na de inspiratiefase een duidelijke knip te maken. Wat gaan we nou echt implementeren? Doe dat dan ook, en eis van je docenten dat ze die zaken waarvoor gekozen is ook echt gaan gebruiken.

Daarbij kan het helpen om een driedeling te maken:
    I: Wat wordt al als doodnormaal beschouwd? (“Je bent echt een looser als je het niet gebruikt”). Eis dat docenten dit dus ook allemaal gebruiken.

      II: Wat willen we nog meer? Beloon de voorlopers, laat ze weten dat het erg gewaardeerd wordt wat zij doen.

        III: Waar zijn we nog niet aan toe? Laat de ontwikkeling daarvan over aan anderen en maakt later gebruik van hun kennis.

Bepaal vervolgens voor je eigen organisatie per ICT tool welke functionaliteiten in fase I, II of II zitten.

Maar implementaties kunnen ook mislukken door de onderwijssetting. Een ICT implementatie is vaak gebaseerd op het automatiseren van een oude onderwijssetting (één docent, een bord, en groep en boeken). Maar op oude wijn in nieuwe zakken zit eigenlijk niemand te wachten. Als je ervoor kunt zorgen dat leerlingen of studenten zelf verantwoordelijk worden voor hun eigen kennisbouwwerk, heeft een ICT implementatie veel meer kans van slagen. Daarbij hebben ze natuurlijk wel hulp nodig. Dat vraagt om een nieuwe manier van onderwijs ontwerpen, die veel lijkt op de ontwerpsystematiek van Jeroen van Merriënboer (4C/ID). Bij de Hanzehogeschool Groningen is overigens veel ervaring opgedaan met het gebruik van die ontwerpsystematiek.

Ten slotte is de technische faciliteiten. Daarover was Vermeulen vrij kort: “als een school het écht wil, waarom is het er dan nog niet? Echt moeilijk is het technische verhaal niet.”

zondag 12 april 2009

IPON2009 – Creducatief

Over IPON’09 en TeachMeetNL@IPON09 is de afgelopen dagen al veel geblogd. Wat is daar dan nog aan toe te voegen? Nou, in ieder geval een blogpost over de presentatie van Creducatief. Want daarover kon ik nog niets online vinden.

Presentatie? Eigenlijk was het meer een infotainmentshow, of misschien zelf edutainment. Het thema van IPON’09 was Creativiteit. Voor mezelf had ik, vooral vanwege TeachMeet, er het subthema Share aan toegevoegd. De show van Creducatief verbond deze twee thema’s op een sublieme en theatrale manier.

Aacteur/ingenieur Eugene Bos, verhalenverteller/communicatie- kundige Anne-Kee Deelen en muzikant/veranderkundige Erwin Wiertz maakten in een cabareteske show duidelijk wat creativiteit nou eigenlijk is, maar ook wat dat dan met ICT en onderwijs te maken heeft.

Creativiteit komt voort uit de linker hersenhelft. De meeste mensen gebruiken echter vooral hun rechterhersenhelft, waarmee analyse en patroonherkenning plaatsvindt. Vooral patroonherkenning is daarbij letterlijk van levensbelang. Patroonherkenning is nodig om direct te kunnen oordelen, 98% van de hersenactiviteit is daarom gericht op patroonherkenning.

Creativiteit is juist gericht op het doorbreken van patronen en het uitstellen van een oordeel. Daarvoor hebben we dus nog 2% van onze hersenen over. Om creatief te zijn moeten de linker en de rechter hersenhelft een strijd aangaan. Om te ervaren hoe lastig die strijd is deden we tijdens de voorstelling van Creducatief de volgende oefening:

Kies een partner (de dichtstbijzijnde collega voldoet) en tel samen afwisselend tot drie: A zegt één, B zegt twee en A zegt drie, enz. Doe dit een paar keer en vervang dan “één” door een klap in je handen. Dat is een stuk moeilijker. Nog moeilijker wordt het als je vervolgens “twee” vervangt door een tik met de voet. Maar als je ten slotte “drie” vervangt door een krabbeltje op je hoofd wordt het ineens weer vrij gemakkelijk.

Tellen wordt aangestuurd door de rechter hersenhelft, bewegingen vooral door de linker. Tijdens deze oefening gingen de linker en de rechterhersenhelft dus een strijd aan, die uiteindelijk gewonnen werd door de linkerkant. Daardoor ben je meteen ook in een situatie gekomen waarin je je creativiteit makkelijker kunt gebruiken. Dat is ook te controleren met deze draaiende dame. Draait ze linksom, dus tegen de wijzers van de klok in, of rechtsom? Als je haar naar rechts ziet draaien is vooral je rechter hersenhelft actief, en andersom.

Op deze manier is het eenvoudig te testen of je in een creatieve hersenflow bent. Niet? Dan even tellen, klappen, tikken en krabben met de dichtstbijzijnde collega. Vooral ’s ochtends direct na het opstaan en ’s avonds voor het naar bed gaan kom je makkelijk in een creatieve flow.

OK, creativiteit is dus te stimuleren en je kunt testen of je in een creatieve flow zit. Maar wat heb je daar nou aan bij ICT en onderwijs? Het sprookje dat Anne Kee ons in drie etappes vertelde maakte dat duidelijk. Het ging over een schooljuffrouw die een digibord in de klas kreeg en er niet goed raad mee wist. Ik zal het sprookje hier niet opschrijven, dat laat ik graag over aan Anne Kee, maar wel de moraal:

Computers in de klas zijn nieuw. Veel docenten hebben er meteen een oordeel over. Daarvoor gebruiken ze hun rechter hersenhelft. Probeer dat oordeel eens uit te stellen, gebruik je creativiteit en je linker hersenhelft om tot nieuwe manieren van lesgeven te komen.

Maar er is meer: als je je ervoor open stelt merk je dat er veel hulp is. Online vind je veel creatieve oplossingen en antwoorden. De schooljuffrouw leerde wiki’s en fora kennen, waar kennis en voorbeelden gedeeld worden. Ze vond blogs van edubloggers, die hun vondsten en verhalen online zetten en edutweeps die via twitter heel snel bereikbaar zijn. Allemaal staan ze klaar om te helpen, en dat sluit weer mooi aan bij mijn blogpost over bloggen in het onderwijs die ik laatst schreef voor about(:)blank. De juf leerde ook nog eens slimmer werken en voelde zich jaren jonger.

dinsdag 7 april 2009

Toekomst van e-learning

Hieronder de visie op toekomstig onderwijs uit eind 19e eeuw. Rechts kennis verzamelen en links kennis verspreiden door de kennis in de hoofden van de studenten te stoppen via elektriciteit (wat in die tijd een heel nieuw fenomeen was). Achteraan zie je dat het het jaar 2000 is.

In de aanloop naar IPON2009 en TeachMeetIPON vond ik dit wel een aardig beeld.


Bron: Presentation The role of simulation games in creating and transferring knowledge – a view from the practice, Ivo Wenzler en Gideon Shimshon

zondag 5 april 2009

about(:)blank

Even geleden schreef ik een blogpost voor about(:)blank waarvan de feed niet in mijn reader opdook. Misschien hebben anderen het ook gemist. Daarom via mijn eigen edublog hier de link naar Bloggen in het onderwijs op about(:)blank.

donderdag 2 april 2009

Stijve harkjes

Deze week schreef ik in een projectplan dat bepaalde taken in de lijn belegd zullen worden, terwijl ik bedoelde dat ze in de staf belegd zullen worden. Een vergissing die tot wat onduidelijkheid leidde bij mijn nieuwe teamleider. Ik vind het ook een opmerkelijke vergissing, want ik weet echt wel het verschil tussen de lijn en de staf.

Waarom vergiste ik me dan toch? Ik denk dat ik onbewust het organisatieonderdeel en de organisatie daarvan door elkaar haalde. De staf is ten slotte op dezelfde manier georganiseerd als de lijn: een directeur of dean, daaronder een aantal teamleiders en dan de teamleden. Het bekende organigram, ook wel “harkje” genoemd.

Eigenlijk is dat best vreemd. De taken van een stafdienst zijn heel anders dan de taken van een School (een onderdeel van de lijn). Ook de bij die taken passende werkwijze is anders. Waarom zou je dat dan op dezelfde manier organiseren? Verder kijkend zie je dan dat bijvoorbeeld ook projecten en programma’s op dezelfde manier georganiseerd zijn. Maar de taken en de werkwijze van een project- of programmateam zijn weer totaal naders dan die van een stafdienst of een School met onderwijsteams. En ook op de verschillende niveaus in de lijn kom je steeds weer die harkjes tegen.

Het lijkt er wel op of één organisatievorm die ooit ergens succesvol was – het harkje - gewoon uitgeknipt is en vervolgens overal opgeplakt wordt. Onafhankelijk van de taak en de werkwijze van zo’n organisatieonderdeel. Hoe zou dat nou komen? Zijn er misschien geen andere organisatievormen dan het harkje?

Nou, die zijn er wel. Bij de Hanzehogeschool doen we sinds kort zaken met een softwarebedrijf waar ze bij de ontwikkeling gekozen hebben voor Scrum als organisatievorm voor hun projecten. Er wordt gewerkt in multidisciplinaire teams die in korte sprints werkende software opleveren. Samenwerking, communicatie en teamspirit zijn daarbij sleutelwoorden. Dat is dus een heel flexibele organisatievorm.

Of kijk eens naar de organisatie van een sportteam. Gedurende de wedstrijd verandert de organisatie vaak razendsnel: tijdens de verdediging zijn de taken, en dus de organisatie, anders dan tijdens de aanval. Een Amerikaans basketbalteam heeft zelfs verschillende coaches tijdens de verdediging en de aanval, zo hoorde ik vandaag. Geen harkjes en ontzettend flexibel.

Zo’n snelle wijziging is bij de ons zo bekende harkjesorganisaties totaal ondenkbaar. Daar zijn lange, moeizame en energie vretende organisatieveranderingstrajecten voor nodig. Terwijl er juist steeds meer flexibiliteit van de organisatie gevraagd wordt. Dat lukt gewoon niet met onze harkjes. Kortom, tijd om na te denken over andere organisatievormen. Vormen die beter passen bij de taken en de werkwijze van het betreffende organisatieonderdeel. Maar ook vormen die flexibeler zijn dan onze stijve harkjes. Voorbeelden zijn er genoeg.

zondag 29 maart 2009

Big Five for Life

Stel je eens voor dat er aan het eind van je leven een museum voor je wordt opgericht. Een museum waarin alles wat je in je leven gedaan hebt te zien is. Een museum vol zalen, één zaal voor elke dag van je leven. Zal dat dan een interessant museum zijn, dat veel publiek trekt? Of zal het een saai museum worden, waarin in elke zaal ongeveer hetzelfde te zien is?

Afgelopen vrijdag was ik bij een lezing van John P. Strelecky. Best-Selling Author en Inspirational Speaker. En inspirerend was John Strelecky zeker. Een hele ochtend nam hij ons mee op een ontdekkingstocht naar de Big Five for Life.

De Big Five zijn bekend van de Afrikaanse safari’s. Het zijn de olifant, de neushoorn, de waterbuffel, het luipaard en de leeuw. Het succes van een safari wordt vaak afgemeten aan het aantal van deze Big Five dat je gezien hebt. Zie je er maar één, dan is de safari niet erg succesvol geweest. Zie je er drie dan ben je aardig bezig geweest en zie je ze alle vijf, dan was het een compleet succes.

Op een vergelijkbare manier kun je voor jezelf de Big Five for Life kiezen. Vijf dingen die je in je leven gezien wilt hebben, gedaan wilt hebben of wilt nastreven. Ieder kiest zijn eigen doelen, want iedereen bepaalt natuurlijk voor zichzelf wanneer zijn leven succesvol is. Door bewust aan deze vijf doelen te werken geef je je leven richting en weet je zeker dat je aan het eind niet hoeft te verzuchten “had ik maar…”. Het museum van je leven zal straks gevuld zijn met interessante gebeurtenissen.

Overigens valt het niet mee om zomaar vijf doelen in je leven te kiezen. Dat hebben de aanwezigen vrijdag bijna allemaal ervaren. We kregen evenveel tijd om onze vijf doelen op te schrijven als John nodig had om de zijne op te schrijven. En omdat wij er nog niet echt over nagedacht hadden, lukt dat natuurlijk niet zomaar. Gelukkig reikte John ons een techniek aan om er achter te komen wat je echt belangrijk vindt.

Wat zijn je drie meest favoriete films? Schrijf de titels op en zet daarachter kort waarom ze je favorieten zijn. Doe je ogen dicht, denk aan de films en registreer wat er voor beelden, kleuren, geuren, enz. bij je opkomen. Bespreek dit met iemand in je omgeving en vraag hem of haar daarbij te letten op patronen. Welke woorden gebruik je vaak? Die hebben te maken met wat je echt belangrijk vindt. En als je er dan vijf hebt, bedenk dan waarom dit je vijf doelen zijn. Waarom wil je bijvoorbeeld veel geld hebben? Wat wil je er mee doen? Kun je dat ook op een andere manier bereiken?

Maar de mooiste eye-opener was voor mij het stukje waarin John vervolgens uitlegt wat er nodig is om die doelen te bereiken. “Vraag je niet af hoe je ze kunt bereiken”. Hoe impliceert namelijk een leerproces en een leercurve. Leren kost energie en ooit zal je energie op zijn. Dan ben je dus wel gedwongen om het – ten minste tijdelijk – op te geven. John noemde dat de “mad how disease”

Veel handige is om te bedenken wie je kan helpen bij het bereiken van je Big Five for Life. Het is niet alleen een geweldige manier om met iemand in contact te komen (“Hello, I’m working on my Big Five for Life and I’m wondering if you could help me with that”) maar echt iedereen is bereid om je te helpen of om je in contact te brengen met iemand anders die je kan helpen. Het is dus een geweldige netwerktool.

Dus ga ik, op advies van John, iedereen die ik ken vragen mij te helpen bij het bereiken van mijn Big Five for Life. Hier kun je ze vinden. Als jij of iemand die je kent mij kan helpen één of meer van deze doelen te bereiken, neem dan a.u.b. contact met me op.

maandag 16 maart 2009

Bloom 2.0

In mijn vorige blogpost schreef ik hoe ik de taxonomie van Bloom gebruikt heb om het niveau van een toets te analyseren.
Via twitter verwees Sia Vogel daarna naar Classroom 2.0, waar met onderstaand plaatje de taxonomie heel inzichtelijk gelinkt wordt aan allerlei Web 2.0 tools. Ik denk dat ik dit plaatje vaak zal gaan gebruiken als het gaat over Onderwijs 2.0.

dinsdag 10 maart 2009

Laat Bloom bloeien

Als onderwijskundig adviseur en lid van de toetscommissie van het Instituut voor Facility Management van de Hanzehogeschool Groningen werd ik door een docente gevraagd mijn mening te geven over het niveau van een eerstejaars tentamen. Ze wilde vooral weten of ze op het juiste moeilijkheidsniveau had ingestoken. “Het zijn eerstejaars studenten, ik wil vooral weten of ze de stof kennen en misschien of ze ook wat inzicht hebben”.

Een onderwijskundige - of je dat nou bent door opleiding of door ervaring - denkt bij zo’n vraag natuurlijk meteen de taxonomie van Bloom. Dit systeem geeft een indeling van cognitieve vaardigheden in hiërarchische niveaus, van simpel (kennen) naar complex (evalueren). Bloom ontwikkelde de taxonomie als hulpmiddel voor het ontwerpen van effectieve leeromgevingen (zie oa. hier). Maar die taxonomie is blijkbaar niet erg bekend bij docenten.

Bloom onderscheidt zes niveaus van cognitieve vaardigheden: Kennis, Inzicht, Toepassing, Analyse, Synthese en Evaluatie. Maar hoe kun je nu makkelijk testen op welk van deze niveaus een student zich bevindt? Hoe maak je een toets die precies insteekt op het niveau dat je wilt toetsen? Daarvoor heb ik deze pagina op www.leren.nl gevonden. Voor elk van de niveaus wordt een aantal activiteiten genoemd die je een student kunt vragen te tonen. Voor Kennis, bijvoorbeeld, kun je vragen naar opsommingen of definities. Als je wilt weten of een student kan Syntehtiseren, kun je ze beter vragen om een ontwerp te maken of gegevens te extrapoleren en zo voorspellingen te doen.

Met behulp van de activiteiten die op leren.nl opgsomd worden, kon ik heel gemakkelijk laten zien dat de toets die ik voor de docente heb geanalyseerd precies op het niveau zat dat ze graag wilde. De meeste vragen waren echte kennisvragen en er zaten een paar vragen bij die meer gericht waren op inzicht.

maandag 9 maart 2009

Getting feeds done

Soms verwaarloos ik mijn feedreader te lang, en dan heb je ineens honderden ongelezen feeds. Hoe kom je daar nou snel doorheen? Je kunt natuurlijk op “mark all read” klikken, maar dat geeft toch een onbevredigend gevoel.

Afgelopen weekend ontdekte ik een mooie tussenweg. Ik besloot mijn feeds eens mobiel te lezen en dat ging snel! Ik gebruik Google Reader, en dus ook de mobiele versie daarvan. Omdat je mobiel toch wat beperkter bent, was ik vrij kritisch op wat ik wel en niet wilde lezen. Maar het mooiste is dat je de lijst met 10 per scherm krijgt voorgeschoteld. Je markeert dus niet alles in één keer als gelezen maar in kleine porties.

Het helpt ook dat je ook niet steeds ziet hoeveel feeds er nog ongelezen zijn. Je bladert gewoon door, leest hier en daar een feed met een interessante kop en ineens heb je na een half uur meer dan 300 feeds verwerkt. Ik vind het een mooie GTD-techniek en begin nu eindelijk te begrijpen hoe Martijn Aslander in een half uur per dag 1200 websites kan bijhouden.

Natuurlijk lees je op deze manier niet alles, maar dat hoeft ook niet. Als ik de krant of een tijdschrift lees, doe ik dat ook niet. En in mijn Greader zijn artikeltjes veel makkelijker terug te vinden dan in een stapel tijdschriften, als je die al bewaart (kranten bewaar ik natuurlijk al helemaal niet).

Gelukkig is mijn geheugen goed genoeg om te onthouden dat ik over een bepaald onderwerp eens een feed(kop) heb gezien. Dus even naar Greader en je hebt het zó teruggevonden.

maandag 2 maart 2009

Twitter voor netwerkonderhoud

In “Netwerken, zo eenvoudig is het (niet)” geeft Rob van Eeden een visie op netwerken waar ik helemaal achter sta: Netwerken is zo oud als de weg naar Rome en iedereen doet het. Mensen hebben contact met elkaar, geven aandacht aan elkaar en helpen elkaar wanneer dat nodig is. Het gaat over je persoonlijke contacten met al die mensen, en dan vooral de informele contacten.

Netwerken = geven zonder te herinneren en ontvangen zonder te vergeten. Het boekje is heel leesbaar opgebouwd rond de drie O’s van netwerken: Opbouwen, Onderhouden en Oogsten. Rob beschrijft hoe je dat kunt doen, maar gaat niet heel diep in op online netwerken. Vooral omdat anderen daar meer van weten. Rob verwijst bv. naar netwerken.blogspot.com. Maar mijn favoriete netwerktool twitter wordt niet genoemd. Niet in het boekje en niet op de recente posts in de blog.

Afgelopen zomer ontdekte ik twitter en inmiddels gebruik ik het als mijn belangrijkste instrument voor de drie O’s van netwerken. D.w.z. voor het deel van mijn netwerk dat op twitter actief is. En dat is ongeveer 1/3 van mijn totale netwerk.

Opbouwen … of in mijn geval eigenlijk uitbouwen.
Zoals Rob terecht schrijft heeft iedereen een netwerk. Dat hoef je niet meer op te bouwen. Maar uitbouwen blijft voor mij erg belangrijk. Ik kom graag in contact met mensen die ik nog niet ken. Het versterkt mijn netwerk, maar veel belangrijker nog: ik vind het gewoon leuk. Op twitter gaat dat heel gemakkelijk. Sinds ik begon met twitteren heb ik 456 nieuwe mensen leren kennen, en 317 kennen (d.w.z. volgen) mij. Zo’n 3 weken geleden bracht Michiel Berger zijn twittergids.nl in de lucht, waardoor het nog veel eenvoudiger geworden is om mensen te vinden die interessant voor je kunnen zijn.

Onderhouden
Je netwerk onderhouden is met twitter wel héél eenvoudig. Onderhouden is aandacht besteden aan je netwerk en op twitter besteed je aandacht aan elkaar, direct en indirect.
Indirecte aandacht is meestal een tweetje over wat je op dat moment doet. Ja, al door alleen maar te vertellen wat je doet, en soms ook waarom, besteed je aandacht aan je netwerk. Want wat jij doet kan ook interessant zijn voor anderen. Zij kunnen er vaak door oogsten (zie verderop). Maar ook door het plaatsen van een leuk (grappig, interessant, …) tweetje besteed je aandacht aan je netwerk. De lach die bij mij vaak ontstaat door een berichtje op twitter is voor mij goud waard en uit de reacties van anderen weet ik dat dit vrij algemeen geldt.

Oogsten
Waarschijnlijk is het oogsten de belangrijkste reden dat ik zo enthousiast ben over twitter. Als ik niet al heel snel had gemerkt dat je met twitter heel goed kunt oogsten, zou ik nu vast niet meer zo actief zijn. Want hoe je het ook bekijkt, twitteren kost tijd. Maar het levert mij meer op dan het kost. Mijn eerste oogst bestond uit sites over (digitale) didactiek. Het opzetten van een verzameling was een adviesopdracht en bijna alle links heb ik via twitter gekregen. Het enige dat nog moest gebeuren was beoordelen welke voldoende pasten bij de opdracht.
Oogsten op twitter is vooral zo gemakkelijk omdat alle tips die je op twitter leest openbaar zijn. Vaak is een antwoord op een vraag van een ander ook heel interessant voor een derde die het - bijna nooit toevallig - ook leest. Die reageert daar weer op of geven het verder door. Zo is het dus heel gemakkelijk om "iedereen" aandacht te geven.

Borrelbabbelen
Ook is Twitter een prima voorbereiding op face-to-face contact. Borrelbabbelen wordt heel leuk als je elkaar van Twitter kent en dan op een congres of een andere bijeenkomst in het echt ontmoet.

Kortom, als je het nog niet doet: ga twitteren. Het versterkt je netwerk enorm en ik vind het een mooie nieuwe weg naar Rome. Hier vind je mij op twitter.

maandag 16 februari 2009

Overheid 1.7

Check out this SlideShare Presentation:

woensdag 11 februari 2009

Een onverwachte uitnodiging

Vanmiddag was ik op speciale uitnodiging bij een bijeenkomst van NITE, het brede IT-platform van Noord Nederland. De uitnodiging kreeg ik van Peter Poortinga, die ik vorige week heb ontmoet. Peter en ik ontdekten toen dat we op dezelfde manier denken over netwerken: informatie delen en leuke dingen doen met leuke mensen. Tot mijn verbazing ontving ik daarna afgelopen vrijdag het volgende mailtje:

Ik vertelde Jan van Bon van jouw bestaan en beide vonden we dat jij a.s. woensdag niet kon worden gemist bij onderstaande sessie. Ik hoop dat je kunt.

Ik kon, en vanmiddag ontmoette ik een leuke groep mensen met een probleem: de ca. 25.000 IT’ers in Noord Nederland kunnen elkaar soms moeilijk vinden, terwijl ze elkaar veel te bieden hebben. NITE organiseert daarvoor o.a. jaarlijks een grote IT-manifestatie. NITE’08 was op 15/16 oktober en die bijeenkomst werd niet goed bezocht. De vraag die beantwoord moest worden is “hoe kan dat beter?” en “wat kunnen we nog meer doen om de IT’ers in Noord Nederland met elkaar in contact te brengen?”

We kwamen tot de conclusie dat NITE’08 te breed was opgezet. Als de focus ontbreekt weten potentiële bezoekers niet goed waarvoor ze komen en ze komen dus niet. Tijdens de discussie bleek ook dat de IT-bedrijven niet goed weten wat er in het IT-onderwijs gebeurt en omgekeerd. Dit leidde al snel tot een mooie focus voor NITE’09: de relatie tussen het onderwijs en de IT-bedrijven in Noord Nederland.

Maar NITE is meer dan een jaarlijkse manifestatie. De initiatiefnemers, Jan van Bon en Herman van Bolhuis, vertelden dat NITE naast events ook IT-nieuws gericht op Noord Nederland verspreidt en een on-line community is voor IT’ers die geïnteresseerd zijn in Noord Nederland. Dat kunnen dus ook best mensen zijn die niet in de regio werken. Het tweede deel van de bijeenkomst ging vooral over hoe we deze community leven in kunnen blazen. Daarvoor konden we voldoende ideeën bij elkaar brengen en dus lijkt NITE heel binnenkort een erg interessante community te worden voor IT’ers die geïnteresseerd zijn in Noord Nederland.

dinsdag 3 februari 2009

Een probleem in perspectief

Gisteren moest ik mijn project HanzeCommunity stopzetten. Het doel was de organisatorische implementatie van SharePoint. Met zo’n 25 gebruikers zouden we een start maken met het gebruik van de collaboration functies van SharePoint. Tussen nu en de zomer zouden we met elkaar gebruikerservaringen opdoen, valkuilen ontdekken, elkaar uit die valkuilen helpen en ten minste vijf mooie samenwerkingsomgevingen (SharePoint sitecollections) neerzetten. Mijn projectteam zou daarbij voor de gebruikersondersteuning zorgen, gebruikerservaringen gestructureerd verspreiden en alles samenbrengen in (online) handleidingen, helppagina’s, tips en trucs, een FAQ-lijst, enz.

Helaas bleek gisteren dat het bij ICT door nog onbekende technische problemen voor de vijfde keer niet gelukt was om SharePoint live te brengen. Ja, de oplevering was al viermaal uitgesteld, waardoor mijn project behoorlijk onder druk was komen te staan. Toen we vorig jaar in mei of juni de eerste ideeën vormden, dachten we nog dat we in september of oktober konden starten. Dat werd al vlug januari, in de planning had ik rekening gehouden met maximaal één maand ruimte om onverwachte problemen op te lossen. Die maand was gisteren verstreken…

Gisteren eindigde de dag met wat inleidende beschietingen van ICT naar mij en terug, via telefoon en mail. Vandaag gaan we het meer gestructureerd aanpakken via een impact analyse. Het thema wordt “een probleem in perspectief”. Waardoor is het probleem ontstaan en wat zijn de gevolgen? Eerst vanuit het perspectief van mijn projectteam. Dat perspectief wil ik vrij letterlijk nemen. Als je tegen een berg aankijkt zie je andere dingen dan wanneer je op de berg staat. Dus wat zien wij, wat denken wij, wat vinden wij en wat concluderen wij door tegen de berg aan te kijken? Daar kan ICT dan hun perspectief aan toevoegen.

Toen ik gisteren naar huis ging was ik behoorlijk chagrijnig. Vooral door de mailwisseling met ICT. Vandaag heb ik een plan van aanpak, dat gaat leiden tot een duidelijk beeld waar mijn opdrachtgever mee verder kan. Kortom: I’m on the roll again.

vrijdag 16 januari 2009

Netwerken

Sinds ongeveer een jaar ben ik gegrepen door een inspirerende activiteit: netwerken. Daarmee heb ik inmiddels zelfs de voorzitter van ons CvB bereikt heb. Op slideshare kun je zien wat ik hem heb verteld. Hij heeft me geadviseerd er mee door te gaan. Ik wil daarom proberen om binnen de Hanzehogeschool meer mensen te inspireren.

Mijn grote voorbeeld is Martijn Aslander, en hij heeft me het volgende geadviseerd: “nodig de 5 leukste mensen van de HG uit om hun inspiratie te delen”. Na een moeilijk selectieproces – er zijn zoveel leuke HG’ers – kwam ik uit op vijf mensen die mij in de afgelopen jaren op één of andere manier geïnspireerd hebben en er aan hebben bijgedragen dat ik dit nu ga doen. Ik heb ze gevraagd of ze mij willen helpen om een inspiratienetwerk op te zetten binnen de HG.


De bedoeling is dat ze ieder 3 leuke HG’ers uitnodigen en dat we dan binnenkort een bijeenkomst organiseren waarop we met elkaar onze inspiratie gaan delen. De opdracht is om 2 dingen mee te nemen (of digitaal beschikbaar te hebben) die hen hebben geïnspireerd. Martijn zei één filmpje en één boek. Ik rek dat wat op: één ding om naar te kijken en één ding om te lezen. We gaan die inspirerende zaken aan elkaar presenteren en daarna zetten we ze ergens online, zodat ze beschikbaar blijven voor de deelnemers en voor anderen.

Wat er verder gaat gebeuren op die eerste bijeenkomst weet ik nog niet, maar ik weet wel dat het een bijzondere happening zal worden voor een select gezelschap.

maandag 5 januari 2009

Workshop Peer Assessment

Morgen (di. 6 jan 2008) geef ik voor het basisteam van het Instituut voor Facility management van de Hanzehogeschool een workshop Peer Assessment. Het basisteam bestaat uit die docenten die voornamelijk aan de propedeusestudenten les geven. Ze willen graag weten waarvoor ze Peer Assessment kunnen inzetten en wat er met Peer Assessment zoal kan en mag. Het moet een actieve workshop worden, dus niet alleen een lezing. De docenten moeten met een concrete opdracht aan de gang.

Voor de inleiding heb ik een korte presentatie gemaakt, die je hier kunt bekijken. De kern van mijn verhaal is dat Peer Assessment eigenlijk beter Peer Feedback genoemd kan worden, omdat het een onderdeel uit moet maken van het leerproces. Bij Peer Assessment wordt vaak gedacht aan een beoordeling door mede-studenten. Dat vindt dus plaats aan het eind van het leerproces van een onderwijseenheid. Feedback heeft juist een functie tijdens het leerproces, en Peer Feedback kan een aanjager zijn voor de refelectiestap uit de leercylus van Kolb.

Na mijn korte inleiding wil ik de docenten aan het werk zetten met het maken van een klein plan(netje) van aanpak. Ze gaan in 2-tallen een opzetje maken waarmee ze bij wijze van spreken morgen met Peer Feedback aan de slag kunnen in hun lessen. Ik geef ze bewust geen formats, checklisten of andere instrumenten mee. Wel een aantal valkuilen en wat tips over hoe die te vermijden. Het is de bedoeling dat ze eerst zelf gaan nadenken over het geven van goede feedback en hoe ze studenten kunnen ondersteunen bij het geven van feedback aan hun mede-studenten.

Binnenkort kun je in mijn Edublog lezen hoe het gegeaan is.