Afgelopen woensdag ben ik naar een concert van de New Valley Singers geweest. Niet een groep waar ik zo maar heen zou gaan, maar mijn echtgenote had met een e-mail actie kaartjes gewonnen. Dus dan ga je.
Het eerste nummer vond ik nogal tegenvallen. Het was niet echt slecht, maar de zangers vond ik futloos, de muziek miste dynamiek en ook het licht was naar mijn mening vrij fantasieloos. In de daarop volgende nummers werd het niet veel beter. Na en tijdje begin ik me af te vragen wat ik eigenlijk in die zaal deed. Maar het optreden was nou ook weer niet zó slecht en demonstratief weglopen vond ik geen optie.
Om er toch een leuke avond van te maken, bedacht ik toen om eens op de dingen te gaan letten die wèl goed waren, en toen gebeurde er iets bijzonders. Langzaamaan ontdekte ik steeds meer sterke punten van de groep en na nog drie nummers vond ik het eigenlijk jammer dat het al pauze was. Na de pauze zette ik mijn persoonlijke spelletje door en zo werd het een geweldig leuke avond.
De manier waarop ik naar het concert luisterde had veel weg had van de manier waarop ik als docent het werk van studenten nakeek. Focussen op de zwakkere punten en die met een rode pen aantekenen. Daardoor krijg je meer zesjes en zeventjes dan achten en negens . Zou het niet veel mooier zijn om met een groene pen na te kijken, en alles wat wel goed is aantekenen? Ik denk dat het cijfer van veel tentamens of scripties dan hoger uit zou vallen. Maar ook zou het humeur van menig docent er wel eens een flinke oppepper van kunnen krijgen.
zaterdag 24 april 2010
maandag 29 maart 2010
Over talent en excellentie
Sinds 2006 biedt de Hanzehogeschool Groningen honours programma’s aan voor haar studenten. Het doel van die programma’s is om getalenteerde studenten uit te dagen en te stimuleren tot excellente prestaties. Maar wat is daar nou eigenlijk voor nodig? Onlangs had ik de kans om dat, samen met mijn collega Lyndsay Drayer, aan een groep internationale gasten uit te leggen.
We begonnen onze presentatie met dit filmpje van de auditie van Susan Boyle voor Britain’s got Talent.
Dat Susan talent heeft is wel duidelijk, maar een excellente auditie was het niet. De enige reden dat ze niet al in de eerste minuut door de jury werd weggestemd was naar mijn mening de regel dat iedere kandidaat ten minste de kans krijgt om te starten met, in dit geval, zingen. Daarover later meer.
Talent en excellentie zijn dus niet synoniem. Om onze getalenteerde studenten de kans te geven om te excelleren zijn onze honours programma’s gericht op verdieping, verbreding en verbinding.
Verdieping
Een talent is mooi, maar voor excellentie is een perfecte beheersing van dat talent nodig. In onderwijstermen noemen we dat verdieping van de (vak)kennis en vaardigheden. Deelnemers aan een talentenshow krijgen na de auditie niet voor niets veel training en begeleiding De mate waarin ze die benutten is één van de verschillen tussen een gemiddelde kandidaat en de winnaar.
Verbreding
Perfecte beheersing van een talent is belangrijk. Voor een werkelijk excellentie prestatie is perfecte beheersing van één kunstje echter niet genoeg. Susan moest bij haar auditie duidelijk nog leren hoe je nou eigenlijk op een podium staat. “Niet wiebelen!” Ook haar kleding was nog niet bepaald die van een superster. Sterren kunnen voor dat soort zaken misschien nog een beroep doen op hun presentatiecoach of styliste. Studenten hebben die luxe niet. Daarom zijn onze honours programma’s ook gericht op verbreding.
Verbinding
De belangrijkste reden waarom Susan uiteindelijk een tweede plaats wist te behalen is volgens mij de regel dat de jury een kandidaat niet al na 10 seconden mag wegstemmen. Hoeveel talent je ook hebt, zonder die regel zou Susan door haar gebrek aan gevoel voor hoe je een jury benadert bij een ‘normale’ auditie niet eens de kans gekregen hebben om te gaan zingen. Je moet je brede professionaliteit ook over het voetlicht weten te brengen om je excellentie erkend te krijgen. Dat is één van de redenen waarom wij ervoor gekozen hebben onze honours studenten in verbinding met elkaar en met de maatschappij op te leiden.
Behalve honours programma’s biedt de Hanzehogeschool onder de noemer “Blink uit” overigens nog meer voor getalenteerde studenten.
We begonnen onze presentatie met dit filmpje van de auditie van Susan Boyle voor Britain’s got Talent.
Dat Susan talent heeft is wel duidelijk, maar een excellente auditie was het niet. De enige reden dat ze niet al in de eerste minuut door de jury werd weggestemd was naar mijn mening de regel dat iedere kandidaat ten minste de kans krijgt om te starten met, in dit geval, zingen. Daarover later meer.
Talent en excellentie zijn dus niet synoniem. Om onze getalenteerde studenten de kans te geven om te excelleren zijn onze honours programma’s gericht op verdieping, verbreding en verbinding.
Verdieping
Een talent is mooi, maar voor excellentie is een perfecte beheersing van dat talent nodig. In onderwijstermen noemen we dat verdieping van de (vak)kennis en vaardigheden. Deelnemers aan een talentenshow krijgen na de auditie niet voor niets veel training en begeleiding De mate waarin ze die benutten is één van de verschillen tussen een gemiddelde kandidaat en de winnaar.
Verbreding
Perfecte beheersing van een talent is belangrijk. Voor een werkelijk excellentie prestatie is perfecte beheersing van één kunstje echter niet genoeg. Susan moest bij haar auditie duidelijk nog leren hoe je nou eigenlijk op een podium staat. “Niet wiebelen!” Ook haar kleding was nog niet bepaald die van een superster. Sterren kunnen voor dat soort zaken misschien nog een beroep doen op hun presentatiecoach of styliste. Studenten hebben die luxe niet. Daarom zijn onze honours programma’s ook gericht op verbreding.
Verbinding
De belangrijkste reden waarom Susan uiteindelijk een tweede plaats wist te behalen is volgens mij de regel dat de jury een kandidaat niet al na 10 seconden mag wegstemmen. Hoeveel talent je ook hebt, zonder die regel zou Susan door haar gebrek aan gevoel voor hoe je een jury benadert bij een ‘normale’ auditie niet eens de kans gekregen hebben om te gaan zingen. Je moet je brede professionaliteit ook over het voetlicht weten te brengen om je excellentie erkend te krijgen. Dat is één van de redenen waarom wij ervoor gekozen hebben onze honours studenten in verbinding met elkaar en met de maatschappij op te leiden.
Behalve honours programma’s biedt de Hanzehogeschool onder de noemer “Blink uit” overigens nog meer voor getalenteerde studenten.
vrijdag 19 februari 2010
Seats2Meet Groningen?
Een paar weken gelden pikte ik een tweetje op van @jvdschenk (Jeroen v.d. Schenk) waarin hij vroeg welke tweeps het fijn zouden vinden als er een Seats2Meet in Amersfoort zou komen. Nou ben ik meer in Groningen te vinden dan in Amersfoort, dus ik reageerde dat ik meer interesse zou hebben in een Seats2Meet in Groningen. Die reactie werd opgepikt door een aantal tweeps die dat ook wel zien zitten. Vooral @BarberaVenema was erg enthousiast.
Via Jeroen kreeg ik heel snel informatie over hoe je een vestiging van Seats2Meet opzet. Wat er nodig is, is een ondernemer en een pand. Zelf ben ik niet die ondernemer. Mijn droom is mensen te inspireren om hun droom te realiseren en ze daarbij te ondersteunen. Niet om een modern kantoorconcept te runnen. Maar vanochtend heb ik het met Barbera besproken. Zij is wèl die ondernemer. Ook een geschikt pand in de buurt van CS Groningen, aan de goede kant t.o.v. het centrum en met eigen parkeergelegenheid, bleek voorhanden. Dus het lijkt er zomaar op dat er over niet al te lange tijd een Seats2Meet in Groningen is. Temeer omdat dit pand net dat ietsje meer heeft, zoals uitstraling. We kregen al direct allerlei ideeën over de inrichting. Om alvast een beetje beeld te krijgen: zoiets als het kantoor van Google in Zürich.
Maar waarom wil ik eigenlijke een Seats2Meet in Groningen? Nou, ik ben dol op inspirerende mensen. Zij inspireren mij door hun enthousiasme en wilde ideeën die vaak ook zomaar uitvoerbaar blijken te zijn. In mijn directe werkomgeving vind ik die inspiratie wel, maar niet zo heel erg veel. Het gaat tenslotte om de bekende 10% voorlopers en in een team van minder dan 20 mensen zijn dat er dus ongeveer twee. Bij Seats2Meet ga ik er tientallen vinden, wat weer heel goed zal zijn voor innovatieve ideeën bij het gebruik van ICT in het onderwijs.
Overigens moet er nog wel een aantal vragen beantwoord worden voordat Seats2Meet Groningen werkelijkheid wordt. Bijvoorbeeld hoe groot de markt hier in het Noorden eigenlijk is. Want een businessplan waarin staat “er zijn vast wel genoeg klanten” lijkt zo slordig. Wie helpt mij om daar een min of meer betrouwbaar beeld van te krijgen?
Via Jeroen kreeg ik heel snel informatie over hoe je een vestiging van Seats2Meet opzet. Wat er nodig is, is een ondernemer en een pand. Zelf ben ik niet die ondernemer. Mijn droom is mensen te inspireren om hun droom te realiseren en ze daarbij te ondersteunen. Niet om een modern kantoorconcept te runnen. Maar vanochtend heb ik het met Barbera besproken. Zij is wèl die ondernemer. Ook een geschikt pand in de buurt van CS Groningen, aan de goede kant t.o.v. het centrum en met eigen parkeergelegenheid, bleek voorhanden. Dus het lijkt er zomaar op dat er over niet al te lange tijd een Seats2Meet in Groningen is. Temeer omdat dit pand net dat ietsje meer heeft, zoals uitstraling. We kregen al direct allerlei ideeën over de inrichting. Om alvast een beetje beeld te krijgen: zoiets als het kantoor van Google in Zürich.
Maar waarom wil ik eigenlijke een Seats2Meet in Groningen? Nou, ik ben dol op inspirerende mensen. Zij inspireren mij door hun enthousiasme en wilde ideeën die vaak ook zomaar uitvoerbaar blijken te zijn. In mijn directe werkomgeving vind ik die inspiratie wel, maar niet zo heel erg veel. Het gaat tenslotte om de bekende 10% voorlopers en in een team van minder dan 20 mensen zijn dat er dus ongeveer twee. Bij Seats2Meet ga ik er tientallen vinden, wat weer heel goed zal zijn voor innovatieve ideeën bij het gebruik van ICT in het onderwijs.
Overigens moet er nog wel een aantal vragen beantwoord worden voordat Seats2Meet Groningen werkelijkheid wordt. Bijvoorbeeld hoe groot de markt hier in het Noorden eigenlijk is. Want een businessplan waarin staat “er zijn vast wel genoeg klanten” lijkt zo slordig. Wie helpt mij om daar een min of meer betrouwbaar beeld van te krijgen?
maandag 1 februari 2010
De kracht van een netwerk
Ook op de Afrikaanse savanne weten ze hoe krachtig een goed newerk kan zijn. Kijk maar eens naar dit filmpje, dat mijn teamleider René van Scheltinga mij liet zien. Overigens, het is een feel-good filmpje, het loopt goed af. Of geef ik nu teveel weg? Veel kijkplezier.
maandag 21 december 2009
Gelezen: “Dromen worden werkelijkheid” van G.L.A. Vrijdag
Over het realiseren van dromen zijn veel boeken geschreven. De meeste zijn dik en er staan uitgebreide stappenplannen in beschreven. In zijn schrijversdebuut ‘Dromen worden werkelijkheid’ kiest Guido Vrijdag een andere aanpak. Op net iets meer dan 60 pagina’s beschrijft hij hoe je in slechts vier stappen de titel van zijn boek kunt bereiken. Het is een lekker leesbaar doe-boek geworden dat je in een dik uur uitleest, maar waar je ook maanden mee bezig kunt zijn.
De vier stappen die in dit boek beschreven worden om je droom – welke die dan ook is – te verwezenlijken zijn ‘Schoon schip maken’; ‘Je droom ontdekken’; ‘Je droom realiseren’ en ten slotte ‘Anderen helpen’. Daarmee lijkt het dat Guido er vanuit gaat dat het je droom is om anderen te helpen, maar dat is niet zo. Als je je droom verwezenlijkt hebt, je passie ontdekt hebt en die realiseert, zul je daarmee als vanzelf anderen inspireren hetzelfde te doen. “Inspireren doe je door iemand vanuit je kern en passie iets te vertellen […] je biedt dan zoveel energie dat het mensen raakt en zelfs in beweging zet” aldus de auteur.
Om zover te komen begin je met de ballast die je in de loop van je leven verzameld hebt overboord te gooien. Kinderen hebben die ballast nog niet en kunnen daarom vrijuit dromen. Die ballast veroorzaakt onecht gedrag, waardoor het zicht op je dromen vertroebelt. Als de last eenmaal van je is afgevallen, is de tijd aangebroken om je droom te gaan ontdekken.
Van welke bezigheden krijg je bovenmatige energie? Dat is je passie, je superkwaliteit. Slechts weinigen zijn zich bewust van die kwaliteit, want voor jezelf is die kwaliteit doodgewoon. Maar die superkwaliteit levert zó veel energie dat er een buitengewoon doel mee bereikt kan worden: je droom. Je droom stelt een specifiek doel in het vooruitzicht, je passie levert de energie om te starten en om je in beweging te houden.
Alles wat dan nog nodig is, is een plan om met de energie van je passie je droom te realiseren. In stap 3 beschrijft Vrijdag (opvallend genoeg komt zijn voornaam in het boek nergens voor) niet alleen hoe je zo’n plan maakt, maar ook hoe je tijdens het uitvoeren daarvan om kunt gaan met tegenslag en teugval in je oude gedrag. Verzetten heeft geen zin, het leidt eerder tot een negatief effect. Loslaten is het devies.
Als je dan je droom gerealiseerd hebt, ga je merken dat er dingen gaan veranderen. Je neemt verantwoordelijkheid en krijgt dingen voor elkaar. Je straalt en de wereld straalt terug. Je wordt een inspirator voor anderen.
Ik ben heel blij dat ik dit boek mocht lezen, het heeft mij geïnspireerd om door te gaan met het realiseren van mijn eigen droom – duizenden inspireren om van hun baan een loopbaan te maken. Die was door persoonlijke omstandigheden wat in zwaar weer terecht gekomen. Life is what happens to you while you're busy making other plans. Een beter bewijs dat het boek van Guido Vrijdag helpt om dromen werkelijkheid te maken is er voor mij niet.
De vier stappen die in dit boek beschreven worden om je droom – welke die dan ook is – te verwezenlijken zijn ‘Schoon schip maken’; ‘Je droom ontdekken’; ‘Je droom realiseren’ en ten slotte ‘Anderen helpen’. Daarmee lijkt het dat Guido er vanuit gaat dat het je droom is om anderen te helpen, maar dat is niet zo. Als je je droom verwezenlijkt hebt, je passie ontdekt hebt en die realiseert, zul je daarmee als vanzelf anderen inspireren hetzelfde te doen. “Inspireren doe je door iemand vanuit je kern en passie iets te vertellen […] je biedt dan zoveel energie dat het mensen raakt en zelfs in beweging zet” aldus de auteur.
Om zover te komen begin je met de ballast die je in de loop van je leven verzameld hebt overboord te gooien. Kinderen hebben die ballast nog niet en kunnen daarom vrijuit dromen. Die ballast veroorzaakt onecht gedrag, waardoor het zicht op je dromen vertroebelt. Als de last eenmaal van je is afgevallen, is de tijd aangebroken om je droom te gaan ontdekken.
Van welke bezigheden krijg je bovenmatige energie? Dat is je passie, je superkwaliteit. Slechts weinigen zijn zich bewust van die kwaliteit, want voor jezelf is die kwaliteit doodgewoon. Maar die superkwaliteit levert zó veel energie dat er een buitengewoon doel mee bereikt kan worden: je droom. Je droom stelt een specifiek doel in het vooruitzicht, je passie levert de energie om te starten en om je in beweging te houden.
Alles wat dan nog nodig is, is een plan om met de energie van je passie je droom te realiseren. In stap 3 beschrijft Vrijdag (opvallend genoeg komt zijn voornaam in het boek nergens voor) niet alleen hoe je zo’n plan maakt, maar ook hoe je tijdens het uitvoeren daarvan om kunt gaan met tegenslag en teugval in je oude gedrag. Verzetten heeft geen zin, het leidt eerder tot een negatief effect. Loslaten is het devies.
Als je dan je droom gerealiseerd hebt, ga je merken dat er dingen gaan veranderen. Je neemt verantwoordelijkheid en krijgt dingen voor elkaar. Je straalt en de wereld straalt terug. Je wordt een inspirator voor anderen.
Ik ben heel blij dat ik dit boek mocht lezen, het heeft mij geïnspireerd om door te gaan met het realiseren van mijn eigen droom – duizenden inspireren om van hun baan een loopbaan te maken. Die was door persoonlijke omstandigheden wat in zwaar weer terecht gekomen. Life is what happens to you while you're busy making other plans. Een beter bewijs dat het boek van Guido Vrijdag helpt om dromen werkelijkheid te maken is er voor mij niet.
woensdag 28 oktober 2009
Digital Story Telling
Vandaag ben ik aanwezig bij TeachmeetNL-PO in Amsterdam. De primaire reden om af te reizen naar onze hoofdstad is het verzamelen van innovatieve ideeën voor mijn ICTO innovatieopdracht voor de Hanzehogeschool. Op een TeachMeet komen namelijk heel veel onderwijsprofessionals bij elkaar om hun ICTO innovaties te laten zien. Maar natuurlijk is een TeachMeet ook weer een kans om een aantal mensen uit mijn netwerk te ontmoeten.
Omdat ik vind dat netwerken bestaat uitkrijgen en geven ga ik op deze TeachMeet ook wat brengen. Ik laat zien hoe je met eenvoudige middelen een Digital Story kunt maken. In deze blogpost beschrijf ik die werkwijze.
Maar eerst de vraag waarom je eigenlijk een digitaal verhaal zou willen maken. Leren via verhalen is erg effectief. Vaak wordt kennis via een verhaal veel beter begrepen dan kennis uit een beschrijvende tekst. Want verhalen zijn de oudste vorm van kennisoverdracht. Vroeger was er niks anders en het enige echte universele wat alle mensen in de hele wereld hebben zijn verhalen.
Maar een verhaal blijft nòg beter hangen als je het voorziet van beeld en eventueel geluid. Daarom zijn verhalenboeken ook altijd gevuld met plaatjes. Tegenwoordig kun je dat ook digitaal maken, waardoor je een verhaal ok nog eens heel gemakkelijk kunt verspreiden.
Maar hoe maak je nou een digitaal verhaal? Daarvoor heb je maar een klein aantal ingrediënten nodig: een verhaal, een aantal plaatjes, eventueel aanvullende media zoals een paar filmpjes of wat geluidsfragmenten en… Windows Moviemaker (het MAC-equvalent mag natuurlijk ook).
Het verhaal kun je zelf schrijven, maar dat hoeft echt niet. Elk verhaal dat je graag wilt overbrengen voldoet. Als je een verhaal gevonden of gemaakt hebt, zoek je er een aantal plaatjes bij. En stuk of 10 voor een verhaal van 5 minuten is genoeg. Veel langer hoeft een verhaal overigens niet te zijn. Via Google afbeeldingen heb je ze snel bij elkaar. Aanvullende media zoals filmpjes zijn ook rijkelijk te vinden op internet. Je moet ze el even downloaden. YouTube-achtige filmpjes bv. met Flash Video Downoader.
Alle materialen bij elkaar? Start dan Moviemaker op en begin met het inspreken vna je verhaal. Zorg er daarbij voor dat het opnamevolume hoog genoeg is .Bij mijn eerste filmpje, onderaan deze blogpost is dat niet het geval. Al doende leert men. Zet vervolgens de plaatjes in de juiste volgorde op het storyboard en voeg eventueel overgangen tussen de plaatjes toe. Maak je nog niet druk om de aanvullende media.
Daarna speel je het filmpje af tot het moment in de tekst waarop je het tweede plaatje wilt tonen. Pauzeer en sleep de tijdsduur van het eerste plaatje tot het pauzemoment. Doe dit met alle plaatjes en sla je filmpje op.
Ten slotte ga je de aanvullende media toevoegen. Ook met Windows moviemaker. Open het zojuist opgeslagen filmpje en knip het op de plek waar je bv. een extra filmpje wilt invoegen in tweeën. Voeg het extra filmpje in op de plek van de knip en sla het geheel weer op. Klaar. Hieronder zie je een mogelijk eindresultaat.
Overigens kun je met Moviemaker ook fragmentjes knippen uit een gedownload filmpje en die gebruiken om in te voegen in je eigen filmpje.
Omdat ik vind dat netwerken bestaat uitkrijgen en geven ga ik op deze TeachMeet ook wat brengen. Ik laat zien hoe je met eenvoudige middelen een Digital Story kunt maken. In deze blogpost beschrijf ik die werkwijze.
Maar eerst de vraag waarom je eigenlijk een digitaal verhaal zou willen maken. Leren via verhalen is erg effectief. Vaak wordt kennis via een verhaal veel beter begrepen dan kennis uit een beschrijvende tekst. Want verhalen zijn de oudste vorm van kennisoverdracht. Vroeger was er niks anders en het enige echte universele wat alle mensen in de hele wereld hebben zijn verhalen.
Maar een verhaal blijft nòg beter hangen als je het voorziet van beeld en eventueel geluid. Daarom zijn verhalenboeken ook altijd gevuld met plaatjes. Tegenwoordig kun je dat ook digitaal maken, waardoor je een verhaal ok nog eens heel gemakkelijk kunt verspreiden.
Maar hoe maak je nou een digitaal verhaal? Daarvoor heb je maar een klein aantal ingrediënten nodig: een verhaal, een aantal plaatjes, eventueel aanvullende media zoals een paar filmpjes of wat geluidsfragmenten en… Windows Moviemaker (het MAC-equvalent mag natuurlijk ook).
Het verhaal kun je zelf schrijven, maar dat hoeft echt niet. Elk verhaal dat je graag wilt overbrengen voldoet. Als je een verhaal gevonden of gemaakt hebt, zoek je er een aantal plaatjes bij. En stuk of 10 voor een verhaal van 5 minuten is genoeg. Veel langer hoeft een verhaal overigens niet te zijn. Via Google afbeeldingen heb je ze snel bij elkaar. Aanvullende media zoals filmpjes zijn ook rijkelijk te vinden op internet. Je moet ze el even downloaden. YouTube-achtige filmpjes bv. met Flash Video Downoader.
Alle materialen bij elkaar? Start dan Moviemaker op en begin met het inspreken vna je verhaal. Zorg er daarbij voor dat het opnamevolume hoog genoeg is .Bij mijn eerste filmpje, onderaan deze blogpost is dat niet het geval. Al doende leert men. Zet vervolgens de plaatjes in de juiste volgorde op het storyboard en voeg eventueel overgangen tussen de plaatjes toe. Maak je nog niet druk om de aanvullende media.
Daarna speel je het filmpje af tot het moment in de tekst waarop je het tweede plaatje wilt tonen. Pauzeer en sleep de tijdsduur van het eerste plaatje tot het pauzemoment. Doe dit met alle plaatjes en sla je filmpje op.
Ten slotte ga je de aanvullende media toevoegen. Ook met Windows moviemaker. Open het zojuist opgeslagen filmpje en knip het op de plek waar je bv. een extra filmpje wilt invoegen in tweeën. Voeg het extra filmpje in op de plek van de knip en sla het geheel weer op. Klaar. Hieronder zie je een mogelijk eindresultaat.
Overigens kun je met Moviemaker ook fragmentjes knippen uit een gedownload filmpje en die gebruiken om in te voegen in je eigen filmpje.
zaterdag 3 oktober 2009
Maatschappij 2.0
Nog 11 jaar en dan is het 2020, een jaartal dat tot mijn verbeelding spreekt. Is de crisis dan helemaal voorbij en gaan we een nieuwe roaring 20’s beleven? Luisteren we dan naar elkaar en begrijpen we elkaar? Kunnen we dan eindelijk eens wat gaan doen?
Om te ontdekken hoe wij willen dat Nederland er in 2020 uitziet toert Maatschappij 2.0 in oktober 2009 door Nederland. Met een cameraploeg worden mensen op drukke locaties geïnterviewd. Als eerste is Groningen aan de beurt. Op 10-10-2009 worden daar 111 mensen geïnterviewd. Daarna volgen nog 10 Nederlandse plaatsen.
Het doel is een uitgebreid videodocument, een gedragen visie in 1111 filmpjes. Allemaal in de vorm van een 30 seconden durend clipje op de website van U-Can-Do. Meningen en gedachten die recht uit het hart komen dwingen respect af. Zo’n videodocument stelt mensen in staat zich te laten verrassen en inspireren door de wens of gedachte van onbekende Nederlanders. Luisteren naar andere meningen op deze speelse manier maakt dat mensen ook van elkaar gaan leren.
Een aantal van die clipjes staat al online. Ze vormen de basis om positief nieuwe oplossingen te creëren voor bestaande problemen: Maatschappij 2.0. Dit beeld vertaalt U-Can-Do in projecten om concrete resultaten te bereiken. Daardoor bouwen we aan onze nieuwe maatschappij.
U-Can-Do nodigt Nederlanders uit voor de camera van Maatschappij 2.0. De locatie van de camera wordt oa. via twitter bekend gemaakt. Check de hastag #viraalmaken.
Om te ontdekken hoe wij willen dat Nederland er in 2020 uitziet toert Maatschappij 2.0 in oktober 2009 door Nederland. Met een cameraploeg worden mensen op drukke locaties geïnterviewd. Als eerste is Groningen aan de beurt. Op 10-10-2009 worden daar 111 mensen geïnterviewd. Daarna volgen nog 10 Nederlandse plaatsen.
Het doel is een uitgebreid videodocument, een gedragen visie in 1111 filmpjes. Allemaal in de vorm van een 30 seconden durend clipje op de website van U-Can-Do. Meningen en gedachten die recht uit het hart komen dwingen respect af. Zo’n videodocument stelt mensen in staat zich te laten verrassen en inspireren door de wens of gedachte van onbekende Nederlanders. Luisteren naar andere meningen op deze speelse manier maakt dat mensen ook van elkaar gaan leren.
Een aantal van die clipjes staat al online. Ze vormen de basis om positief nieuwe oplossingen te creëren voor bestaande problemen: Maatschappij 2.0. Dit beeld vertaalt U-Can-Do in projecten om concrete resultaten te bereiken. Daardoor bouwen we aan onze nieuwe maatschappij.
U-Can-Do nodigt Nederlanders uit voor de camera van Maatschappij 2.0. De locatie van de camera wordt oa. via twitter bekend gemaakt. Check de hastag #viraalmaken.
Abonneren op:
Posts (Atom)
